Banksparen

Banksparen is een mogelijkheid tot sparen die ontwikkeld is naar aanleiding van een verruiming van de wetgeving op 1 januari 2008.
Waar het voorheen slechts door middel van verzekeringsgerelateerde producten mogelijk was om te sparen voor de aflossing van uw hypotheek of een tijdelijke periodieke aanvulling op een eventueel pensioen, is dat nu ook mogelijk door bij een bank te sparen onder fiscaal gunstige voorwaarden.

De verruiming van deze regeling door het toevoegen van de bancaire mogelijkheid, zou de concurrentie moeten bevorderen en daarmee de kosten moeten drukken.
Ook wordt door de vermeerdering van het aantal aanverwante producten de keuzevrijheid van de consument vergroot.
Een mogelijk voordeel van het sparen bij een bank t.o.v. een verzekeraar is de depositogarantieregeling.

Banksparen in een hypothecaire situatie

In de hypothecaire situatie komt banksparen naast de Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW) te staan.
De KEW is eigenlijk een levensverzekering die niet belast wordt in Box 3. De rente wordt wel belast in Box 1. Op deze regeling zijn bepaalde voorwaarden van toepassing die nu ook gelden voor het banksparen.

Er zijn  twee soorten rekeningen die hiertoe kunnen worden geopend bij een bank: de Spaarrekening Eigen Woning en de Beleggingsrekening Eigen Woning.
De tegoeden (inleg + rente) op deze rekeningen mogen alleen worden gebruikt als aflossing van de hypotheek. Verder staat het tegoed vast.

De belangrijkste voorwaarden voor banksparen en de KEW zijn:

  • het bezitten van een eigen woning
  • de tegoeden worden gebruikt als aflossing van de hypotheek
  • er dient 15 jaar achtereen te worden ingelegd
  • er is een bandbreedte-eis van 1:10, hetgeen wil zeggen dat de hoogste inleg niet hoger mag zijn dan maximaal 10 keer de laagste inleg.

Banksparen als aanvulling op je pensioen

Ook het sparen voor een tijdelijke aanvulling op het pensioen was voorheen slechts mogelijk middels een verzekeringsproduct: de lijfrenteverzekering.

Sinds de wetgeving van 1 januari 2008 kan dit ook middels banksparen, zowel in de opbouw- als uitkeringsfase.
Tussen deze fasen kan worden gewisseld tussen lijfrenteverzekering en banksparen.
De regeling geldt voor zowel werknemers als zelfstandigen.

Over het met banksparen opgebouwde kapitaal hoeft geen vermogensrendementsheffing (de oude vermogensbelasting) te worden afgedragen.
Daarnaast is de inleg van het banksparen tot een maximum aftrekbaar van de inkomensbelasting, indien een pensioentekort kan worden aangetoond.
Wel moet over de uiteindelijke uitkering van de spaarrekening inkomstenbelasting worden betaald.

Banksparen als lijfrenteregeling is mogelijk met een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrecht, vergelijkbaar met de mogelijkheden voor de eigen woning. Deze spaar- of beleggingsrekening kan maximaal tot uw 70ste levensjaar worden vastgezet. In dat jaar moet de eerste uitkering plaatsvinden.
Er kan vrij worden gewisseld tussen sparen en beleggen, net als bij de regelingen omtrent de eigen woning. De tegoeden en rendementen op de rekening zijn altijd geblokkeerd. Indien de uitkeringen starten in het jaar voordat je 65 wordt, moeten deze minimaal 20 jaar duren. Als deze beginnen in of na het jaar dat je 65 wordt, is dat tenminste 5 jaar, tenzij de jaarlijkse uitkering boven de €19.761 bruto uitkomt, in welk geval de uitkeringen wederom tenminste 20 jaar dienen te duren.

Bij het overlijden van de partner van de uitkeringsgerechtigde tot zes maanden voor de uitkeringen ingaan, mag jaarlijks wel meer dan €19.761 bruto worden uitgekeerd. Wel blijft hierbij de minimale duur van 5 jaar gelden. Bij overlijden van de uitkeringsgerechtigde zelf gaat de uitkering over op de erfgenamen.

De meeste banken bieden aparte rekeningen aan voor de tijd waarin de lijfrentespaarrekening of lijfrentebelegginsrecht worden opgebouwd en voor de periode waarin deze wordt uitgekeerd (annuïteit).

Top 4

Meest gelezen

Nieuwste berichten